Blogs
Brandstichting: Enkel gevaar voor goederen? Of ook gevaar voor levens?

Door Claartje van Keulen. Het antwoord op deze vraag kan in het geval van een tbs-oplegging een verschil maken tussen gemaximeerde tbs (max. 4 jr.) en ongemaximeerde tbs.

Afgelopen week is cliënt gedeeltelijk vrijgesproken van opzettelijke brandstichting. Hierbij was de rechtbank samen met mij van oordeel dat de brandstichting geen gevaar voor personen heeft opgeleverd en dat er enkel sprake van gevaar voor goederen is geweest.

Voor een veroordeling van brandstichting is van belang dat het gevaar voor goederen en of levensgevaar voorzienbaar is geweest. Met andere woorden, wanneer je een houten huis besprenkeld met benzine en er vervolgens een aansteker bijhoudt, dan kan iedereen zich wel bedenken dat de woning in vlammen kan opgaan en dat de brand gelet op de benzine makkelijk kan overslaan naar naastgelegen woningen. Wanneer ten tijde van de brand ook personen in de woning aanwezig waren, dan is niet alleen gevaar voor goederen een gegeven, maar ook het gevaar voor personen. Dat dit gevaar zich vervolgens niet daadwerkelijk heeft gerealiseerd doordat bijvoorbeeld de brandweer de brand op tijd heeft geblust, doet dan verder niet ter zake. Het was immers voorzienbaar ten tijde van de brand dat de brand zich snel kon uitbreiden met alle gevolgen van dien.

Het lastige in deze zaak was dat cliënt niet zozeer ontkende dat hij verantwoordelijke was te houden voor de brand in zijn kamer van een opvanghuis, maar dat hij zich gewoon niet kon herinneren op welke wijze de brand was ontstaan. Dit is goed verklaarbaar, aangezien zowel de psychiater als de psycholoog – die cliënt eerder hadden onderzocht – van mening waren dat cliënt ten tijde van de brandstichting in een psychose verkeerde.

Feit was dat de brand in een locker-kast van zijn kamer was ontstaan en dat cliënt via het raam naar buiten is gesprongen. Uiteindelijk kon de brand gelukkig eenvoudig worden geblust met een brandblusser door één van de aanwezige medewerkers van het opvanghuis. Hierdoor is de schade van de brand slechts aan de lockerkast en een deel van de vloer beperkt gebleven.

Feit was ook dat er geenbrandrapport door de brandweer was opgemaakt en dat de politie had nagelatenom sporenonderzoek te verrichten. Er was dus veel onduidelijkheid over de wijze waarop de brand was aangestoken, over de omvang van de brandhaard en of de brand gemakkelijk had kunnen overslaan naar de naastgelegen kamers.

Om die reden heb ik vanaf het begin van de aanhouding bepleit dat de brandstichting wellicht gevaar voor goederen met zich heeft meegebracht, maar niet de strafverzwarende omstandigheid: gevaar voor personen. Het dossier omvatte simpelweg te weinig informatie om die conclusie te kunnen trekken.

De officier van justitie was het niet met mee eens. Zij was van mening dat de brand wel snel had kunnen overslaan, aangezien cliënt volgens haar niks had ondernomen om de brand te beperken. Vervolgens eiste de officier – mede gelet op de adviezen van de psychiater en de psycholoog – dat een tbs met dwangverpleging geboden was om het gevaar van herhaling te kunnen voorkomen. Dit ook gelet op het feit dat aan cliënt eerder een PIJ-maatregel was opgelegd.

Een tbs-maatregel met dwangverpleging duurt maximaal 4 jaar, tenzij de maatregel is opgelegd voor geweldsmisdrijven. In dat laatste geval kan de tbs-maatregel onbeperkt worden verlengd. Voor een bewezenverklaring van brandstichting houdt dit in dat wanneer enkel gevaar voor goederen kan worden bewezen er dus geen sprake is van een geweldsmisdrijf. In dat geval is de gemaximeerde tbs (max 4 jr) aan de orde. Dit is natuurlijk anders dan wanneer bij de brandstichting sprake is van levensgevaar. In dat geval is er wel degelijk sprake van een geweldsmisdrijf waarbij de ongemaximeerde tbs kan worden opgelegd.

Gelukkig voor cliënt nam de rechtbank het verweer van mij over. De rechtbank oordeelde dat het dossier te weinig informatie bevatte om te kunnen aannemen dat er een reëel gevaar is geweest voor het overslaan van de brand naar naastgelegen kamers. Geen gevaar voor personen dus. In plaats van de ongemaximeerde tbs werd een tbs opgelegd met een maximale duur van 4 jaar. Dit tot grote opluchting van cliënt!

Geanonimiseerd vonnis